Klikzink
Uitzetting van staal is geen proces dat u ziet gebeuren zoals verf die droogt. Het is een reactie op temperatuur die op elk moment van de dag speelt, en de vraag hoelang die duurt heeft dus twee heel verschillende antwoorden: één voor de beweging op een enkele dag, en één voor de beweging over een heel jaar. Op deze pagina zetten wij beide naast elkaar, met de getallen die bij onze felsbanen horen.
Op een bouwplaats werkt u met een plaat die op het moment van meten en monteren al een temperatuur heeft. Een baan die 's ochtends om zeven uur uit de vrachtwagen komt, ligt vaak nog op een graad of vijf. Rond een uur of twee 's middags, in de volle zon, kan het plaatoppervlak richting de vijftig, zestig graden gaan. Dat is een verschil van veertig graden binnen één werkdag, en de plaat reageert daar meteen op: er is geen vertraging, geen inloopperiode. Zodra het staal warmer wordt, zet het uit; zodra het weer afkoelt, krimpt het terug. De uitzetting duurt dus in feite zo lang als de temperatuurswisseling duurt, en dat kan binnen een paar uur zijn.
Wat de lengteverandering zelf betreft: staal zet ongeveer half zoveel uit als zink. Voor onze felsbanen betekent dat een uitzettingscoëfficiënt van ruwweg 0,000012 per graad Celsius, tegen ongeveer 0,000022 voor zink. Reken dat door naar een gangbare baanlengte van acht meter en een realistisch temperatuurverschil tussen een koude winterochtend van min tien en een hete zomerdag van zeventig graden op het plaatoppervlak, dus een verschil van tachtig graden, en u komt op een lengteverandering van ongeveer 7,7 millimeter. Bij zink zou diezelfde baan, bij dezelfde temperatuurspanne, ruim twee keer zoveel bewegen. Dat verschil is precies waarom staal met een fels van 35 mm zich in de praktijk rustiger gedraagt dan zink: minder beweging, minder vaak een tussenstuk nodig, minder gedoe met de bevestiging.
De winter-naar-zomer beweging waar dat getal van 7,7 millimeter bij hoort, is een andere tijdschaal dan de dagelijkse beweging. Die trekt zich over maanden uit: de plaat die in januari gemonteerd is op zijn kortste lengte, groeit richting augustus geleidelijk naar zijn langste lengte, om in de winter daarna weer terug te krimpen. Dat is een cyclus die zich elk jaar herhaalt en die niet ophoudt na de eerste zomer. Een dak of gevel met felsbanen staat dus, zolang het er ligt, in een permanente jaarlijkse ademhaling van een paar millimeter per baan.
De reactie van het staal zelf duurt dus kort, maar dat betekent niet dat de uitzetting op de bouw geen tijd kost. De tijd gaat zitten in wat u er vooraf en tijdens de montage voor regelt, niet in het wachten op de plaat. Denk aan het bepalen van de juiste speling bij de klemmen, het reserveren van ruimte bij aansluitingen en het kiezen van het juiste moment op de dag om op te meten en af te korten. Dat is werk dat u inplant, en de duur daarvan hangt af van de baanlengte, het aantal aansluitingen en de vorm van het dak, niet van hoe lang staal er zelf over doet om uit te zetten.
Een voorbeeld uit de praktijk: op een rechte kap zonder doorbrekingen is de uitzetting een non-issue in de planning, u monteert de banen en de klemmen vangen de jaarlijkse beweging vanzelf op. Op een gebouw met dakramen, schoorstenen of andere doorbrekingen ligt dat anders: daar moet de aansluiting rond die opening wél rekening houden met een bewegende plaat, en dat detail bepaalt u vooraf op tekening, niet tijdens het monteren zelf. Hoe u die aansluiting precies vormgeeft, en welke ruimte daarbij nodig is, hoort bij de bevestiging en valt buiten wat wij hier over de plaat vertellen; dat is precies waar wij naar de klem en de ondergrond verwijzen, zoals wij uitleggen bij [de baanlengte van felsplaten bepalen](/felsplaat/baanlengte-bepalen).
Hoelang de uitzetting duurt is dus vooral een vraag van wanneer, maar hoeveel millimeter dat wordt hangt sterk samen met hoelang de baan is. Een baan van drie meter zet bij dezelfde temperatuurspanne ongeveer driekwart minder uit dan een baan van acht meter, want de lengteverandering is recht evenredig met de oorspronkelijke lengte. Dat is een van de redenen waarom wij felsbanen op de millimeter afkorten van 450 tot 8000 millimeter: hoe beter de bestelde lengte aansluit op de werkelijke situatie op het dak, hoe voorspelbaarder de uitzetting die u later moet opvangen.
Het heeft ook een praktische kant bij het bestellen. Een aannemer die twijfelt tussen één lange baan of twee kortere banen met een overlap, kiest daarmee ook voor meer of minder uitzetting per baan. Bij een lange doorlopende gevel kan het dus lonen om te kijken hoe u de lengte verdeelt, in plaats van klakkeloos voor de langst mogelijke baan te gaan. Hoe u die keuze precies maakt en welke overwegingen daarbij spelen, behandelen wij uitgebreider op de pagina's over baanlengte; hier volstaat de vaststelling dat langere banen meer millimeters te verwerken hebben, over precies dezelfde tachtig graden temperatuurverschil.
Op de bouw is de meest praktische vraag niet hoelang de uitzetting duurt, maar op welk moment u moet meten en monteren om verrassingen te voorkomen. Omdat de plaat zonder vertraging reageert op temperatuur, geldt: meet en monteer op een moment van de dag dat representatief is, niet in de vroege ochtend bij vorst en niet in de volle middagzon. Veel aannemers plannen daarom het inpassen van kritieke lengtes liever in de vroege of late ochtend, wanneer de plaat een gematigde temperatuur heeft die niet aan een van de uitersten hangt.
Dat is ook meteen het enige waar tijd echt een rol speelt in dit verhaal: niet het wachten op de uitzetting zelf, die gebeurt binnen het uur, maar het kiezen van het juiste tijdstip binnen de werkdag. Op een bewolkte dag in het voor- of najaar speelt dit nauwelijks, de temperatuurspanne binnen de dag is dan klein. Op een strakblauwe dag in juli, met een plaat die van ochtendkoel naar middagheet gaat, is diezelfde keuze wél relevant voor hoe strak u aansluitingen inpast.
Deze pagina gaat over de plaat: hoeveel millimeter een felsbaan beweegt en binnen welke tijdspanne dat gebeurt. Hoe u die beweging technisch opvangt in de klem en welke volgorde daarbij op de bouw hoort, is een vraag over de bevestiging, en die beantwoorden wij niet hier. Ook de vraag hoe dakhelling en de opbouw van het dak samenhangen met vochthuishouding en condens, valt buiten wat wij op deze site behandelen; en hoe de plaat er in een bepaalde kleur uitziend bij staat, heeft evenmin iets te maken met de uitzetting zelf.
Wilt u voor een concreet project uitrekenen hoeveel millimeter uw langste baan gaat bewegen, dan hebben wij die berekening al voor u paraat als u ons de lengte en de situatie op tekening aanlevert. Dat meedenken kost niets, en u kunt tegelijk om een monster van de kleur van uw keuze vragen om te bekijken hoe de plaat er in het echt bij staat.