Klikzink
Een felsplaat baan wordt langer als hij opwarmt en korter als hij afkoelt. Dat is geen gebrek, dat is staal dat doet wat staal doet. De vraag die telt op de bouw is niet of het uitzet, maar of de baan de ruimte heeft om dat ongehinderd te doen. Deze pagina gaat over hoe u dat controleert, op welk moment op de bouw dat nog zichtbaar is, en tot wanneer u een fout nog kunt herstellen zonder de plaat eraf te halen.
Onze felsplaat is van staal, en staal zet ongeveer half zoveel uit als zink. Over een baan van acht meter, tussen een koude winterdag van pak weg -10 en een hete zomerdag op het dak van 70 graden, loopt de lengteverandering op tot ruim een centimeter. Dat is de bandbreedte waarmee u rekent, en die centimeter moet ergens heen kunnen zonder dat de plaat gaat trekken, golven of de fels openscheurt.
De controle begint niet met een meetlint maar met uw hand. Leg die plat op het vlak van een baan die al een paar uur in de zon heeft gelegen, ergens in het midden tussen twee klemmen. Een baan die vrij kan bewegen voelt vlak en gespannen aan, zonder plaatselijke bobbel en zonder dat u een golf ziet lopen als u er schuin langs kijkt. Zodra u aan het eind van de dag, als de plaat is afgekoeld, hetzelfde beeld ziet, weet u dat de baan zich netjes heeft teruggetrokken. Ziet u overdag een duidelijke bobbel op een vaste plek, dan zit de baan daar vast en kan hij zijn lengteverandering niet kwijt over de volle lengte.
De tweede controle is bij de kopse kanten, waar de baan een dakrand, een nok of een aansluiting op een ander bouwdeel ontmoet. Daar moet ruimte zitten, geen strakke aansluiting. Een baan die aan beide einden strak vastzit, kan nergens heen behalve omhoog of opzij, en dat zie je terug als een golf of een knik die er een maand na de plaatsing niet was. Bij een goede uitvoering ziet u bij de kopse kant een gelijkmatige, dunne voeg of overlap die in de winter iets breder is dan in de zomer.
De derde controle gaat over de klemmen zelf, en daar raken we het gebied van de bevestiging waarover u meer leest op klikzink.com. Voor deze pagina is genoeg: als u met de vingers langs de fels voelt en de klem beweegt niet mee met de plaat, maar de plaat glijdt er onderdoor, dan is dat een goed teken. Zit de klem zo strak dat de plaat niet kan glijden, dan is dat een van de dingen die misgaan, zoals we uitgebreider behandelen bij [de uitzetting: wat er misgaat](/felsplaat/uitzetting/wat-gaat-er-mis).
De uitzetting controleren heeft alleen zin als u het op tijd doet. Zodra de laatste klem is gezet en de baan over de volle lengte vast ligt, is een fout in de ruimte voor uitzetting niet meer zichtbaar te herstellen zonder de klemmen los te maken. Het moment waarop u nog kunt bijsturen is tijdens het leggen zelf: voordat de laatste klemmen dicht gaan, controleert u of de baan bij de kopse kanten de ruimte heeft die op de tekening staat, en of er nergens een klem zo strak zit dat de plaat niet meer kan verschuiven.
Een praktisch moment daarvoor is de dag na plaatsing, als de temperatuur flink is veranderd ten opzichte van de dag dat u de plaat legde. Heeft u een baan op een koude ochtend gelegd en ligt hij een dag later in de volle zon, dan ziet u binnen een paar uur of de plaat zich netjes uitzet of ergens vastloopt. Dat is het laatste moment waarop ingrijpen nog simpel is: een klem iets losser zetten, of de ruimte bij de kopse kant vergroten, kan dan nog zonder de hele baan te vervangen.
Wacht u langer, en is de baan eenmaal een paar weken of maanden verwerkt met de rest van het dak erop, dan wordt herstellen ingewikkelder. Een golf die na een half jaar ontstaat, is vaak het gevolg van een klem die net iets te strak is gezet bij de plaatsing, en dan moet die klem alsnog los, wat betekent dat u aangrenzende banen ook los moet maken. Vandaar dat de controle het beste vlak na het leggen gebeurt, en niet pas als de eerste klacht van de opdrachtgever binnenkomt.
De centimeter die we hierboven noemden voor een baan van acht meter is geen vast getal dat voor elke baan geldt. Hoe langer de baan, hoe groter de absolute uitzetting, en hoe belangrijker het wordt dat de ruimte bij de kopse kanten en de speling in de klemmen daarop zijn afgestemd. Bij kortere banen van twee of drie meter is de uitzetting evenredig kleiner, en is de controle minder kritisch, maar nooit overbodig: ook een korte baan die ergens per ongeluk dubbel is vastgezet, kan gaan werken.
Omdat de maat van de baan rechtstreeks samenhangt met de hoeveelheid uitzetting die u moet opvangen, is het verstandig om bij de bestelling al na te denken over de lengte die u aanvraagt. Wij leveren de plaat van 450 tot 8000 millimeter op de millimeter afgekort, en een kortere baanverdeling op een lang dakvlak betekent minder uitzetting per baan, maar wel meer naden om te controleren. Welke verdeling voor uw project het beste past, hangt af van de situatie op het dak, en dat bespreken we graag vooraf met u aan de hand van de tekening, zonder dat dit u iets kost.
De controle op de uitzetting is in de praktijk een kwestie van kijken en voelen op de juiste momenten: tijdens het leggen, bij een grote temperatuurwisseling kort daarna, en nog eens na de eerste zomer. Een baan die vrij kan bewegen, blijft vlak. Een baan die vastloopt, laat dat zien in de vorm van een golf of een bobbel, en hoe eerder u dat signaal oppikt, hoe eenvoudiger het is te verhelpen.
Wilt u weten wat er praktisch misgaat als deze controle wordt overgeslagen, of hoe u de ruimte voor uitzetting al bij de voorbereiding vastlegt, dan vindt u dat op de andere pagina's in dit onderdeel over de uitzetting. Voor vragen over uw project, de baanlengtes en de kleuren die wij leverbaar hebben, kunt u ons vinden op de Boylestraat 22 in Ede; we denken kosteloos mee op tekening en sturen op verzoek monsters van de drie matte kleuren mee met uw bestelling.