Klikzink
Een aannemer die overstapt van dakpannen naar felsplaat, of ze naast elkaar toepast op één project, stuit al snel op een verschil dat niets met uiterlijk te maken heeft. Dakpannen vangen onnauwkeurigheid in het dakvlak zelf op: elke pan ligt los, schuift een paar millimeter over de volgende, en een muur die niet helemaal haaks staat valt weg in de overlap. Felsplaat werkt andersom. De baan wordt op maat besteld, op de millimeter afgekort, en gaat als één geheel het dak op. Die precisie is een groot voordeel voor de opbouw, maar hij dwingt u ook om vooraf te bedenken waar de speling van het gebouw wordt opgevangen. Bij pannen zit die speling in het materiaal zelf. Bij felsplaat zit hij nergens automatisch, en dat is precies waar deze pagina over gaat.
Een dakpan is een klein, stijf element met een vaste overlap die opzettelijk ruimer is dan nodig. Ligt een gording een centimeter uit het lood, dan schuift de rij pannen een fractie op en niemand ziet het. Een felsbaan van, zeg, zes meter lengte heeft die reserve niet: hij is één stuk plaatstaal met een vaste werkende breedte van 475 mm, en die maat verandert niet mee met een scheve dakrand. Wij leggen op klikzink.com uit hoe de klem en de ondergrond samen de baan op zijn plek houden, maar de maatvastheid van de plaat zelf regelt u hier, bij de bestelling. Wie dat vergeet en denkt dat "op de millimeter afgekort" ook betekent dat het gebouw op de millimeter klopt, komt op de bouw voor een onaangename verrassing: de laatste baan past net niet, of hij past te ruim en er ontstaat een kier langs de gootlijn.
Bij nieuwbouw is de tolerantie meestal beperkt tot de uitvoering van het timmerwerk: een gording die een paar millimeter scheef ligt, een dakrand die niet helemaal haaks is uitgezet. Bij renovatie is de speling vaak veel groter, en dat is nu net het geval waarin felsplaat en dakpannen zich het duidelijkst anders gedragen. Een boerderijdak dat honderd jaar geleden gebouwd is, verzakt zelden gelijkmatig: de ene gevel is drie centimeter lager gezakt dan de andere, de noklijn loopt niet meer helemaal recht, en de bestaande gordingen liggen niet meer in één vlak. Dakpannen absorberen dat verschil ongemerkt over de hele oppervlakte, verspreid over honderden individuele stukjes. Bij felsplaat moet u die honderd jaar verzakking ergens concentreren, want de baan zelf is star en recht.
In de praktijk betekent dat: u meet niet één maat, maar u meet de kritieke lengtes aan beide zijden van het dakvlak en bestelt op de langste, ruimere maat. De marge die overblijft, vangt u op bij de aansluitingen, niet in de plaat. Bij een oud pand met een verzakte muur is dat vaak de gootaansluiting of de nokaansluiting: daar is de overgang naar ander plaatwerk of naar de daklijn, en daar is ruimte om een paar millimeter weg te werken zonder dat de fels zelf iets hoeft te doen. Hoe die aansluiting op de nok precies wordt uitgevoerd, leggen wij uit bij [de aansluiting op de nok](/felsplaat/toleranties/afkorten-op-de-bouw). Wilt u weten hoe de plaat vervolgens op de bestaande ondergrond wordt vastgezet zodat die speling ook onder de klem netjes wordt weggewerkt, kijk dan bij [de bevestiging van de baan](/felsplaat/toleranties/roest) voor wat er op de bouw met een afwijkende maat gebeurt zodra de plaat eenmaal ligt.
Bij een renovatie speelt naast de maat ook het gewicht een rol, en daar wint felsplaat het juist overtuigend van dakpannen op een punt dat weinig aannemers vooraf doorrekenen. Een dakpan weegt, afhankelijk van het type, zo'n 40 tot 45 kg per vierkante meter. Onze felsplaat weegt ongeveer 5 kg per vierkante meter: minder dan een tiende. Voor een verzakte constructie die u toch al aan het herstellen bent, is dat verschil relevant voor de vraag hoeveel u de bestaande gordingen extra mag belasten. Een dakvlak waarvan de balklaag al een geschiedenis van scheefzakken heeft, is met een lichte bekleding aanzienlijk minder kwetsbaar voor nieuwe vervorming dan met een zware. Dat betekent niet dat u de tolerantie op de maat ruimer mag nemen omdat het lichter is: de plaat wordt er niet flexibeler van. Het betekent wel dat de rest van de opbouw, de sporen en de gordingen, minder snel opnieuw gaat werken onder het gewicht van de nieuwe bedekking, en dat de kans dat de maat van de plaat na een paar jaar toch niet meer klopt kleiner is dan bij een zware, drukkende dakbedekking.
De meest gemaakte fout is de tolerantie in de plaat zoeken nadat hij al gewalst is. Dat werkt bij dakpannen, waar u een extra pan kunt bijschuiven of een halve pan kunt bijsnijden, maar niet bij een felsbaan die al op zijn eindmaat ligt. Wat wel werkt, is de tolerantie vooraf inbouwen in het ontwerp van de aansluitingen: een overstek dat een paar centimeter ruimer wordt uitgevoerd dan strikt nodig, een deklijst die de overgang naar de gevel afdekt in plaats van een strak aangesloten randje, of een volgorde van leggen waarbij u begint aan de kant met de minste afwijking en de rest van het dakvlak daarnaar uitlijnt. Voor een gebouw waarvan u de scheefheid vooraf kent, zoals bij de meeste renovaties het geval is, stuurt u die informatie mee met de bestelling: wij denken op tekening mee zonder daar kosten voor te rekenen, en dat is precies het moment waarop een scheve muur of een verzakte gording wordt vertaald naar een werkbare maat in plaats van een probleem op de bouw.
Bij een compleet nieuw dakvlak, waar de tolerantie klein en voorspelbaar is, is dat een kwestie van een paar millimeter marge inbouwen bij het afkorten. Bij een renovatie met een geschiedenis van verzakking is het een kwestie van goed opmeten voordat u belt, en de grootste afwijking benoemen in plaats van te hopen dat het wel meevalt. Dakpannen vergeven die hoop meestal. Felsplaat niet, en dat is de reden dat wij dit gesprek liever voeren voordat de plaat gewalst is dan erna.
Heeft u een dakvlak met een bekende afwijking, oud of nieuw, dan kunt u de maten die u heeft opgemeten aan ons doorgeven. Wij denken mee over waar u de marge het beste neerlegt, walsen de baan op de definitieve maat en leveren hem gebruiksklaar op de bouw.