Klikzink
Vijf kilo per vierkante meter is op papier weinig. Een felsbaan van een meter breed en drie meter lang weegt dan zo'n zeven kilo, en dat tilt iedereen alleen op. Het probleem zit niet in het gewicht maar in de lengte. Onze felsbanen zijn leverbaar tot 8000 mm, op de millimeter afgekort naar wat u heeft opgegeven, en juist die lange platen zijn waar het misgaat als u niet oplet op de omstandigheden waarin u tilt en draagt.
Staal van 0,55 mm dikte is stevig genoeg voor het dak, maar op zijn plat gedragen buigt een baan van zes of acht meter gemakkelijk door. Pak zo'n plaat op twee punten vast, aan beide uiteinden, en het midden zakt door onder zijn eigen gewicht. Bij een korte baan van twee meter merkt u daar weinig van. Bij acht meter voelt u de plaat in uw handen bewegen, en precies die beweging is het moment waarop de fels kan knikken of de plaat kan verbuigen. Daarom draagt u een lange baan altijd op zijn kant, met de fels rechtop. Op zijn kant heeft de plaat veel meer weerstand tegen doorbuigen dan plat, om dezelfde reden dat een blad papier rechtop tussen twee vingers wél een gewicht kan dragen en plat neergelegd niet. Wat u vooraf over deze eigenschap moet weten, leggen we uitgebreider uit op [de pagina die daarover gaat](/felsplaat/tillen/vooraf-weten).
Het vlak van een felsbaan werkt als een zeil. Bij een baan van vier meter en langer voelt u dat al bij een matige wind: de plaat trekt naar één kant en wie aan het eind staat, moet corrigeren om hem recht te houden. Bij een baan van acht meter, met daaraan gekoppeld weinig gewicht om die windvang tegen te houden, wordt dat corrigeren een gevecht. Op een dak, waar u vaak toch al op een schuin vlak en op enige hoogte staat, is dat de situatie waarin u beter wacht. Niet omdat de plaat er slechter van wordt, maar omdat u en uw collega's de controle verliezen op het moment dat het juist nauw luistert, bijvoorbeeld bij de overgang naar de gootrand of, zoals wij uitleggen bij [de aansluiting op de nok](/felsplaat/tillen/wat-gaat-er-mis), bij de eerste banen die u op de nok aanpast. Een stevige bries op de grond is al voldoende reden om een lange baan pas te verplaatsen als het rustiger is, en op hoogte geldt dat des te sterker.
Voor een baan tot ongeveer drie meter volstaan twee personen, één aan elk eind, elk met een hand onder de fels en een hand tegen het vlak om de plaat verticaal te houden. Vanaf een meter of vijf is dat aantal niet meer genoeg: het midden van de baan hangt dan te veel door en de twee buitenste dragers voelen dat als een trekkende beweging in hun handen, precies het moment waarop iemand de plaat laat zakken om zijn greep te verbeteren en de baan alsnog buigt. Bij die lengte werkt u met drie of vier personen, verdeeld over de lengte, en tilt u allemaal op hetzelfde moment op een aangegeven signaal. Bij de langste banen, richting acht meter, is het gebruikelijker om met een hulpmiddel te werken, zoals een lange drager of een kraantje bij het lossen, in plaats van alles met de hand te doen. Wie dat voor zijn project wil uitrekenen, vindt bij ons de achtergrond over met hoeveel mensen een baan te tillen is op de pagina over [wie het tillen doet](/felsplaat/tillen/wie-doet-het).
De fels, de opstaande rand van 35 mm, is verleidelijk om vast te pakken: hij steekt uit en geeft houvast. Maar de fels is bedoeld om straks in de klem te vallen, niet om de plaat aan te dragen. Trekt u aan de fels alleen, dan buigt u die rand precies op de plek waar hij later strak en recht moet aansluiten. Pak in plaats daarvan de plaat onder de fels vast, met uw hand tegen het vlak, zodat u de fels ondersteunt in plaats van eraan trekt. Bij een brede greep, met uw hand plat onder de baan, verdeelt u het gewicht ook beter dan met een paar vingers om de rand. Dat scheelt vooral bij natte of koude omstandigheden, wanneer het staal minder grip biedt. Onder de nul graden is de plaat nog steeds koud te vouwen tot -15 graden, dus vorst is geen reden om het werk te laten liggen, maar gladde handschoenen op een koude, gladde plaat wél een reden om extra voorzichtig te zijn met waar en hoe u vastpakt.
Drie omstandigheden bij elkaar zijn het signaal om te wachten: een lange baan, richting de acht meter; wind die de plaat merkbaar laat bewegen; en te weinig mensen op dat moment aanwezig om de last over de hele lengte te verdelen. Ontbreekt een van die drie, dan is tillen meestal gewoon te doen. Komen ze samen, dan is uitstellen goedkoper dan een verbogen fels, een gedeukt vlak, of een dakdekker die van het dak glijdt omdat hij achter een zeilende plaat aan moet. Regen zelf is voor de plaat geen probleem, het materiaal is er ongevoelig voor, maar een nat en glad dakvlak in combinatie met een lange, windgevoelige baan is een optelsom die u net zo goed kunt vermijden door een andere dag te kiezen of de baan pas aan te dragen zodra hij op het dak zelf in kleinere stukken verdeeld kan worden gehanteerd.
Bekijk voor uw project hoe lang de langste banen worden die u nodig heeft, en houd daarbij rekening met de dag van levering: is de wind aangekondigd, plan het tillen dan voor een rustiger moment. Heeft u twijfel over de juiste aanpak voor uw specifieke maatvoering, dan denken wij daar kosteloos in mee op basis van uw tekening. Neemt u contact op met Klikzink, Boylestraat 22, 6718 XM Ede, dan kijken we mee naar de lengtes die u nodig heeft en hoe u die het beste naar het dak brengt.