Klikzink
Wanneer u in één order platen bestelt voor meerdere daken, komt de vraag hoe u ze op maat krijgt eerder aan de orde dan bij een enkel project. Onze felsbanen leveren wij op de millimeter afgekort in de fabriek, maar op de bouwplaats moet er vaak alsnog iets bijgezaagd of ingekort worden: een eindstuk dat net niet past, een hoek die anders uitvalt dan getekend, of een gebouw waarvan de maten toch net iets afwijken van het gebouw ernaast. Dan is de vraag welk gereedschap u pakt, en wat dat gereedschap doet met de rand van de plaat.
Er zijn in de praktijk drie manieren om onze 0,55 mm dikke stalen felsbanen in te korten of bij te werken: knippen met een plaatschaar, nibbelen met een nibbelmachine, of zagen met een cirkelzaag met een fijne, op metaal afgestemde tand. Alle drie werken, maar niet alle drie met hetzelfde resultaat aan de snijkant.
Knippen met een goede plaatschaar geeft een schone, rechte snede zonder dat er warmte vrijkomt. Dat is voor onze platen de meest voor de hand liggende methode voor rechte lijnen, zeker bij het inkorten van een baan die op de bouw net te lang blijkt. Nibbelen is handiger voor gebogen lijnen en uitsparingen, bijvoorbeeld rond een doorvoer, en werkt met kleine hapjes die de plaat evenmin verhitten. Zagen met een fijne, niet-verharde stalen tand kan ook, maar hier moet u opletten: een verkeerde zaagblad-keuze, te hoog toerental of een slijpschijf in plaats van een zaagblad brengt de zink-coating rond de snede op temperatuur. Dat is precies de plek waar de bescherming van het staal het eerst faalt.
De reden daarvoor ligt in de verzinklaag zelf. Onze platen zijn Sendzimir verzinkt, 275 gram zink per vierkante meter aan beide zijden, met daarover een organische coating van 50 micrometer. Die zink offert zichzelf op om het staal te beschermen: raakt het staal bloot, dan trekt het omliggende zink de corrosie naar zich toe. Maar een gesmolten of verbrande rand, zoals bij haaks doorslijpen met een verkeerd wiel gebeurt, verstoort die laag juist op de plek waar hij het hardst moet werken. Vandaar dat wij knippen of nibbelen aanraden voor het overgrote deel van het bijwerken, en zagen alleen met een fijne tand die koud snijdt in plaats van smelt. Hoe u de snijkant vervolgens afwerkt, bijvoorbeeld met een likje coating op de blanke rand, leest u uitgebreider bij [de snijkant afwerken](/felsplaat/meerdere-gebouwen/snijkant-afwerken).
Bij één gebouw is dit een kwestie van gereedschap en aandacht. Bij meerdere gebouwen in dezelfde order verandert er iets in de logistiek: hoe minder u op de bouwplaats zelf hoeft te knippen of zagen, hoe minder kans op een verkeerd afgewerkte rand op een van de vijf of tien locaties waar uw ploegen tegelijk werken. Daarom raden wij aan om, waar mogelijk, de maatvoering per gebouw vooraf zo scherp mogelijk aan te leveren, zodat wij zo veel mogelijk al op de millimeter afkorten in onze eigen walsmachines. Wat er dan nog met de zaag of de schaar op de bouw gebeurt, is het sluitstuk, niet de hoofdmoot.
Dat werkt alleen als de platen per gebouw ook gescheiden bij u aankomen. Eén order voor vijf loodsen scheelt op transport: één vrachtwagen, één planning, één keer laden in plaats van vijf keer. Maar als de bundels op de vrachtwagen niet duidelijk per gebouw zijn gelabeld of gescheiden, ontstaat op de bouwplaats de verleiding om ‘even een plaat van de stapel’ te pakken en bij te knippen voor het gebouw dat op dat moment aan de beurt is. Dat is precies waar vergissingen ontstaan: een baan die bedoeld was voor gebouw 3 wordt ingekort voor gebouw 1, en op gebouw 3 blijkt dan een baan te ontbreken of moet er alsnog stevig worden bijgezaagd uit een baan die daar niet voor bedoeld was.
Wij leveren daarom, ook bij grote gecombineerde orders, per gebouw gescheiden aan: apart gebundeld, apart gelabeld, met een paklijst die aangeeft welke lengtes bij welk gebouw horen. Dat kost niets aan meedenken op tekening, en het scheelt op de bouwplaats een hoop knippen en zagen dat achteraf niet nodig was. Meer over de overwegingen bij zo'n gecombineerde bestelling, los van het zagen zelf, leest u bij [meerdere gebouwen tegelijk](/felsplaat/meerdere-gebouwen).
Stel, u bestelt platen voor drie identieke bedrijfsunits op één terrein, elk met een lichte afwijking in de goot-tot-nok maat omdat de units niet exact even breed zijn uitgevoerd. Wij korten de hoofdmaten per unit af op basis van uw tekening. Op de bouw blijkt bij unit 2 een baan net 8 mm te lang: die knipt u zelf recht met de plaatschaar, een kwestie van een minuut, en de rand hoeft verder niet nabehandeld te worden omdat een rechte knip het zink niet verstoort. Bij unit 3 moet een baan rond een dakdoorvoer worden uitgespaard: dat werk gaat sneller en nauwkeuriger met de nibbelmachine dan met de zaag, en ook hier blijft de zinklaag rond de snede intact.
Zou u in dit voorbeeld voor het gemak overal de haakse slijper met een doorslijpschijf pakken, dan gaat het sneller op het moment zelf, maar ontstaat op alle drie de units een blauw verkleurde, verbrande rand waar de coating is aangetast. Dat is dan op drie gebouwen tegelijk een zwakke plek die u liever had voorkomen. Het verschil tussen een order die vlot verwerkt wordt en een order die achteraf op meerdere daken tegelijk moet worden nagekeken, zit dus vaak in zo'n klein gereedschapskeuze, vermenigvuldigd met het aantal gebouwen.
Gebruik voor rechte sneden op de bouw een plaatschaar, voor gebogen lijnen en uitsparingen een nibbelmachine, en bewaar de cirkelzaag met fijne tand voor de gevallen waarin de andere twee niet werken, met aandacht voor toerental en bladkeuze zodat de snede koud blijft. Vraag ons bij een order voor meerdere gebouwen om de platen per gebouw gescheiden en gelabeld te leveren, zodat op de bouwplaats duidelijk is welke baan waar hoort en er niet onnodig wordt bijgezaagd uit de voorraad van een ander gebouw. Wilt u weten hoe wij op tekening meedenken over de maatverdeling per gebouw, neem dan contact op met Klikzink, Boylestraat 22 in Ede: dat meedenken kost u niets, en het scheelt u zaagsel op de verkeerde plek.