Klikzink

Felsplaat roest, corrosie en de indeling van het vlak

Onze felsplaten zijn Sendzimir verzinkt, 275 gram zink per vierkante meter, gemeten over beide zijden samen. Daarover ligt een organische coating van 50 micrometer, GreenCoat Pural BT, biobased. Die twee lagen samen houden het staal droog. Zolang het vlak van de plaat intact is, gebeurt er weinig: de coating sluit de zinklaag af van regen en vocht, en de zinklaag offert zichzelf op als de coating ooit lokaal beschadigt. Dat is de reden dat een fabrieksmatig vervaardigde felsplaat jarenlang glad en gaaf blijft liggen zonder dat er ergens een roestvlek ontstaat.

De zwakke plek zit niet in het vlak, maar aan de rand. Elke keer dat een plaat wordt afgekort, gezaagd of geknipt, ontstaat een snijkant waar het staal bloot ligt: geen coating, geen zink, alleen kaal metaal. Datzelfde geldt voor een diepe kras, een klap van een hamer of een gat waar een boor doorheen is gegaan. Op die plekken kan vocht direct bij het staal komen, en daar begint corrosie. Dat is geen slordigheid van de verwerker, het is gewoon hoe verzinkt en gecoat staal zich gedraagt: de bescherming zit op het vlak, niet in de kern. Hoe u een snijkant afwerkt en waarom dat verstandig is, leest u in detail bij het onderdeel over de snijkant afwerken, en wat een boorgat daarin extra vraagt, staat beschreven bij boren in de plaat.

Waarom dit meetelt bij het bestellen

Dit lijkt in eerste instantie een kwestie van verwerking op de bouw, iets voor na de levering. Maar het raakt ook de bestelling zelf, en specifiek de banenindeling van het vlak. Elke baan die u bestelt of ter plekke afkort, krijgt aan het eind een snijkant. Hoe meer sneden, hoe meer plekken waar het materiaal in principe gevoelig is. Een gevel die in vijf gelijke banen is verdeeld, heeft minder snijkanten dan diezelfde gevel in negen ongelijke stroken. Dat is een simpele rekensom, maar hij wordt in de praktijk vaak vergeten omdat de indeling van het vlak eerst als een esthetische keuze wordt gezien en pas later, op de bouwplaats, als een verwerkingsvraagstuk.

Daarbij komt een tweede punt: waar u begint met de eerste baan bepaalt waar de laatste baan eindigt, en dus ook hoe breed de laatste, vaak onregelmatige, reststrook wordt. Wie symmetrisch vanuit het midden van de gevel of het dakvlak indeelt, krijgt aan beide zijden een gelijke, meestal smallere reststrook. Wie tegen één zijde aan indeelt, bijvoorbeeld tegen een goot, een hoek of een kopgevel, schuift die onregelmatige strook naar de andere kant. Een reststrook van vijftig of zeventig millimeter is in de praktijk lastiger schoon af te korten dan een volle baan van 475 millimeter werkende breedte: er is minder plaat om vast te houden bij het zagen, de snede ligt dichter bij de rand, en de kans op een oneffen of gerafelde snijkant neemt toe. Precies op die smalle strook, waar de snijkant het minst netjes uitvalt, is de kans op een verwaarloosde rand het grootst. Wie dat vooraf weet, kan de indeling zo kiezen dat de smalle strook op een plek valt die goed bereikbaar is, of die achteraf eenvoudig af te werken is, in plaats van hem weg te stoppen in een hoek waar niemand meer goed bij komt.

Een voorbeeld uit de praktijk: op een gevel van 6,20 meter breed kunt u dertien banen van 475 millimeter kwijt, met een rest van ongeveer 350 millimeter. Deelt u symmetrisch, dan valt die rest in twee stroken van 175 millimeter aan beide uiteinden. Beide zijn dan zo smal dat ze bij het afkorten om extra aandacht vragen voor een rechte, goed afgewerkte snede. Deelt u tegen één kant aan, dan blijft aan de andere zijde één volle baan liggen en verzamelt de hele rest zich in één strook van 350 millimeter, die eenvoudiger te zagen en af te werken is dan twee keer een smalle rand. Welke keuze verstandig is, hangt af van de gevel: bij een symmetrische opzet met een raam of deur in het midden ligt symmetrisch indelen voor de hand, bij een doorlopend vlak zonder duidelijk midden is tegen een zijde aan vaak praktischer.

Wat dit betekent voor de bestelling en de plaat zelf

Omdat wij op de millimeter afkorten, van 450 tot 8000 millimeter, kunt u deze afweging al maken vóór de levering. Iedere baan die u vooraf op de juiste lengte laat walsen, is een snede die niet meer op de bouwplaats hoeft te gebeuren, en dus een snijkant die niet meer als ruwe rand blootligt tot iemand hem afwerkt. Dat is vooral relevant bij de kopse kanten van een baan; de langsfels van 35 mm hoog komt namelijk al fabrieksmatig gezet, en die rand hoeft u niet zelf te maken. Alleen de lengte en, bij een banenindeling die niet één-op-één op de plaatbreedte van 475 millimeter uitkomt, de breedte van de laatste baan zijn punten waarop op de bouw nog gezaagd of geknipt moet worden. Hoe u dat zelf het beste doet, staat bij de plaat afkorten op de bouw en bij zagen en knippen.

Voor het vlak zelf, los van de banen, maakt het weinig verschil of u kiest voor de vlakke uitvoering, de uitvoering met verstijvingsril, of die met micro-lines: de coating en de zinklaag liggen in alle drie de gevallen even dik op het staal, en de gevoeligheid voor corrosie zit niet in dat reliëf maar in de snijkant. Wel geldt voor alle drie dat een plaat van 0,55 millimeter dik en ongeveer 5 kilogram per vierkante meter voorzichtig getild en gedragen moet worden om te voorkomen dat de rand tijdens transport over de bouwplaats al beschadigt voordat hij ergens gelegd is; zie daarvoor de plaat tillen en dragen. Ook de beschermfolie die op de platen zit, helpt tijdens opslag en verwerking om onbedoelde krassen op het vlak te voorkomen, wat weer scheelt in het aantal plekken waar u achteraf een snijkant of beschadiging moet controleren.

Wat wij aanraden

Denk bij de banenindeling dus niet alleen aan het aanzicht van de gevel of het dak, maar ook aan waar de snijkanten straks vallen en hoe breed de laatste strook wordt. Een indeling die op tekening netjes symmetrisch oogt, kan op de bouw twee lastige, smalle randen opleveren; een indeling tegen één zijde aan verzamelt die moeite in één strook, die u vervolgens gericht kunt afwerken. Wij denken op tekening kosteloos mee over hoe u het vlak het beste indeelt gezien de maat van uw gevel of dakvlak, en leveren de banen vervolgens op de millimeter afgekort, zodat er op de bouwplaats zo weinig mogelijk gezaagd hoeft te worden.

Wilt u weten hoe u de resterende snijkanten afwerkt zodat ze net zo lang meegaan als het vlak zelf, kijk dan bij de snijkant afwerken. Gaat het u om het uiterlijk van de banenindeling, de lijnen die ontstaan en hoe die op de gevel overkomen, dan is dat het domein van zinklook.com. Voor de bevestiging van de banen met de klem onder de fels, en de volgorde waarin u ze legt op de ondergrond, verwijzen wij naar klikzink.com. Neem contact met ons op met de maten van uw project, dan denken wij mee over de indeling en leveren wij de banen op maat, met monsters van alle drie de kleuren als u die wilt zien voordat u bestelt.

Terug naar het overzicht

KKlikzink
Pagina'sHomeKleur / CoatingProjectenDetailsTechnisch adviesBlog
Contact
Adres
© Klikzink