Klikzink
Felsplaat komt op maat van de fabriek en hoeft op de bouw dus zelden nog gekant te worden om aan lengte te komen. Maar aan de zijkant van een baan, bij een aansluiting op een kilgoot, een dakraam of een hoek van de gevel, kant u vaak wel: een randje omzetten, een druiplijst vormen, een hoek dichtvouwen. Dat gebeurt koud, met de hand of met een kantbank, en de plaat staat dat toe tot -15 graden. Dat getal zegt iets over de temperatuur waarbij het materiaal nog vouwbaar is zonder te scheuren. Het zegt niets over hoe scherp u die vouw mag maken, en dat is precies waar de meeste schade ontstaat.
Een vouw heeft een straal nodig. Hoe kleiner die straal, hoe meer het staal en de coating daarboven worden opgerekt. Bij 20 graden geeft de 0,55 mm dikke plaat nog soepel mee en veert de coating van 50 micrometer mee met de bocht. Bij vorst wordt het staal stugger en de coating minder elastisch, en dan is een vouw die er in de zomer soepel uitziet in de winter net te scherp: de coating scheurt op de buitenkant van de bocht, precies op de plek waar hij het meest gerekt wordt. Vuistregel op de bouw: neem bij temperaturen onder het vriespunt een ruimere straal dan u gewend bent, en zet de vouw in twee stappen in plaats van in één harde klap. Langzamer vouwen geeft het materiaal de kans om mee te geven in plaats van te breken.
De banenindeling van het dakvlak bepaalt hoeveel er straks gekant moet worden, en onder welke omstandigheden. Een vlak van bijvoorbeeld 6800 mm breed, ingedeeld in banen van 475 mm werkende breedte, komt niet precies uit op een rond aantal. Er blijft een reststrook over, en die strook krijgt vaak de meeste kantwerkzaamheden: hij ligt tegen een opstand, een kilkeper of een dakrand, en die randen moeten worden dichtgezet. Begint u de indeling in het midden van het vlak en werkt u symmetrisch naar beide zijden, dan ontstaan er twee reststroken, elk half zo smal. Begint u tegen één zijde aan, dan zit al het kantwerk in één enkele, mogelijk zeer smalle strook aan de andere kant.
Een smalle reststrook is lastiger te kanten dan een volle baan. Er is minder plaat om vast te zetten in de kantbank, de baan heeft de neiging te kantelen tijdens het vouwen, en een scherpe winterse vouw dicht bij de rand van een strook van pakweg 150 mm geeft eerder een scheurtje dan diezelfde vouw midden in een volle baan van 475 mm. Wie in november aan een gevel begint te kanten waarvan de reststrook toevallig 90 mm breed is, ervaart dat verschil meteen: de plaat is dan bijna niet meer te klemmen zonder de vouw te verstoren. Die combinatie van vorst en een smalle strook is de reden om de plek van de eerste baan al bij de bestelling te bepalen, niet pas op de steiger.
Of u symmetrisch indeelt of tegen een kant aan werkt, hangt af van waar op het gebouw de kanten vallen en hoe zichtbaar die zijn. Bij een schuur met twee identieke dakschilden en een nok in het midden ligt een symmetrische indeling voor de hand: de reststroken vallen dan aan weerszijden, allebei half zo smal, en het kantwerk verdeelt zich over twee plekken in plaats van te concentreren op één. Bij een gevel met een duidelijke hoofdgevel en een minder zichtbare kopgevel is het vaak beter om vanaf de zichtbare zijde een volle baan te laten beginnen en de reststrook, met het bijbehorende kantwerk, weg te laten vallen aan de kant die niemand ziet.
Deze keuze raakt ook aan het uiterlijk van het vlak, dat wij hebben laten liggen voor de site over kleur en aanzicht: hoe een symmetrische of asymmetrische banenindeling oogt op de gevel bespreken wij niet hier maar op zinklook.com. Wat op deze pagina wél telt, is dat de plek van de eerste baan de plaats van de reststrook vastlegt, en de reststrook de plek is waar het meeste kantwerk plaatsvindt. Reken dus liever eerst uit waar de kanten moeten vallen, en leid daaruit af waar de eerste baan hoort te beginnen, dan andersom.
Onder de coating zit een laag Sendzimir verzinkt staal van 275 g/m2 aan beide zijden, en die zinklaag beweegt in principe mee met een vouw zolang de straal ruim genoeg is. Bij een te scherpe, te snel gezette vouw kan de coating lokaal barsten terwijl de zinklaag daaronder intact blijft; zichtbaar is dat als een fijn lijntje op de buitenkant van de bocht, meestal pas goed te zien als het vochtig is geweest. Zo'n barstje is geen reden tot paniek, maar wel een reden om uw kanttechniek bij te stellen voor de volgende baan. Hoe u een dergelijke beschadiging plaatselijk bijwerkt, staat beschreven zoals wij uitleggen bij [bijwerken en herstellen van de plaat](/felsplaat/banenindeling/bijwerken); op deze pagina gaat het vooral om het voorkomen ervan door de juiste straal en het juiste tempo te kiezen.
Ook het gewicht van de plaat, ongeveer 5 kg per m2, speelt een rol bij het kanten van een smalle reststrook: een korte, lichte strook is minder stabiel op de kantbank dan een volle baan en verschuift eerder tijdens het zetten van de vouw. Zet daarom een smalle strook extra goed vast, of kant hem in het werk pas nadat hij al gedeeltelijk is bevestigd, zodat de plaat niet kan wegglijden onder de klap van de kantbank.
Bepaal bij de bestelling niet alleen de totale lengte van het vlak, maar ook waar u de eerste baan wilt laten beginnen, en reken na of dat een symmetrische verdeling geeft of een enkele reststrook tegen een zijde. Kijk vervolgens naar de breedte van die reststrook: is hij smal, plan het kantwerk daarop dan liever niet in de vrieskou, of neem bewust een ruimere vouwstraal en een rustiger tempo. Heeft u twijfels over de indeling van een concreet vlak, stuur dan uw tekening naar Klikzink, Boylestraat 22 in Ede; wij denken kosteloos mee over waar de eerste baan het beste kan beginnen, en leveren desgewenst de banen al op de juiste maat aangepast aan uw indeling.