Klikzink
Een felsbaan van Klikzink is 475 mm werkende breedte, en dat getal staat op de leverbon, op de tekening en in elk gesprek dat wij met een aannemer voeren. Toch gaat er op de bouw regelmatig iets mis met precies dit getal, niet omdat het onbekend is, maar omdat het op het verkeerde moment wordt gebruikt. Deze pagina gaat over die fout: waar hij ontstaat, wat hij kost als hij pas op het dak zichtbaar wordt, en hoe u hem voorkomt.
De werkende breedte is de breedte die u op het dakvlak ziet nadat twee banen in elkaar zijn gefelst. De plaat die wordt aangeleverd is breder, omdat aan één zijde het materiaal voor de opstaande fels van 35 mm wordt meegerekend. Dat verschil is geen afwijking en geen speling: het is precies zoveel als nodig is om de fels te vormen, en het staat vast voordat de plaat de wals verlaat. Wie met de brutobreedte rekent in plaats van met de 475 mm werkende breedte, telt op elke baan een stukje materiaal dat er straks niet ligt.
In de praktijk gaat het zelden mis bij Klikzink zelf, en ook zelden bij de aannemer die de bestelling plaatst. Het gaat mis op het moment dat een derde partij het dakvlak verdeelt: een tekenaar die het bestek overneemt van een eerder project, een calculator die snel even het aantal banen telt voor een offerte, of een uitvoerder die op de bouw met een rolmaat het dak opnieuw indeelt om te kijken of het klopt met de tekening. Al die momenten hebben één ding gemeen: er wordt gerekend met een breedte die ergens in een document staat, zonder dat er nog even bij stilgestaan wordt of dat de bruto- of de werkende breedte is.
Een voorbeeld dat wij vaker terugzien: een loods van 18 meter breed, ingedeeld op basis van een breedte van 500 mm per baan omdat dat ronder rekent. Dat levert 36 banen op. Maar 36 banen van 475 mm werkende breedte samen zijn geen 18 meter, ze zijn 17,1 meter. Op papier lijkt dat een kleinigheid van negen decimeter, op de bouw is het een laatste baan die te smal wordt aangeleverd, of een overstek die opeens ontbreekt aan de kant van de goot. Bij een gevelbekleding, waar de belijning van de felsen ook nog gelijk moet lopen met de raampartijen, wordt zo'n rekenfout pas zichtbaar zodra de eerste rij staat en de tekenaar met de tekening in de hand naast de steiger komt kijken.
Het is niet zo dat een verkeerd berekend aantal banen simpelweg met één extra bestelling is opgelost. Onze platen worden op maat gewalst en op de millimeter afgekort, van 450 tot 8000 mm lengte, en dat is precies de reden dat een fout in de breedteverdeling niet vanzelf wegloopt: de lengtes zijn al vastgelegd op basis van de oude, verkeerde indeling. Een nabestelling betekent dus niet alleen wachten op nieuwe platen, het betekent ook dat er op het dak een wachtperiode ontstaat waarin het dakvlak open blijft liggen, met dakdekkers die niet verder kunnen en een aannemer die een reden moet vinden voor de vertraging op de bouwvergadering.
Bij een gevel is de schade van een verkeerde breedteberekening nog zichtbaarder, ook nadat het probleem is opgelost. Een paar millimeter per baan, veertig banen breed, is aan het einde van de gevel een verspringing die met het blote oog te zien is, zeker in laagstaand licht waarbij de fels een schaduwlijn trekt. Hoe die belijning eruit hoort te zien op de gevel, en wat er gebeurt met de glans en de kleur in dat licht, leggen wij uit op zinklook.com; deze pagina gaat alleen over het feit dat de maatvoering vooraf klopt, niet over hoe het resultaat oogt.
Een misverstand dat aan dit probleem raakt: sommige opdrachtgevers denken dat de werkende breedte een richtwaarde is die net als de plaatlengte een beetje kan meebewegen. Dat is niet zo. De lengte van een baan bepaalt u zelf, per baan, op de millimeter, passend op uw dakvlak of gevelvak. De breedte van 475 mm ligt vast voor deze felsplaat en verandert niet per bestelling. Wilt u een andere verdeling van het vlak, dan regelt u dat met het aantal banen en de plaatsing van de felsen, niet door een andere breedte te bestellen.
Daarnaast wordt de werkende breedte soms verward met de uitzetting van het materiaal bij temperatuurwisseling. Staal zet ongeveer half zoveel uit als zink, en dat speelt een rol bij de bevestiging en de ruimte die de klem onder de fels nodig heeft, maar het heeft niets te maken met de breedte die u vooraf berekent. Hoe de klem die beweging opvangt en in welke volgorde de banen op de ondergrond komen, leest u bij klikzink.com; op deze pagina gaat het alleen over de vraag hoeveel banen van 475 mm werkende breedte nodig zijn om een vlak te dekken, niet over hoe ze vastzitten.
De eenvoudigste manier om deze fout te voorkomen is de vlakverdeling zelf te controleren voordat de bestelling de deur uitgaat, met de werkende breedte van 475 mm als enige uitgangspunt, ongeacht wat er in een eerder document of een oude tekening staat. Deel de totale breedte van het dak- of gevelvak door 475 mm, en kijk wat er overblijft: dat restant bepaalt of de laatste baan een volle baan is, een versneden baan, of dat de verdeling beter symmetrisch over het vlak verdeeld wordt met twee iets kortere randbanen. Dat laatste is vaak de betere keuze bij een zichtbaar gevelvlak, en de eerste keuze bij een dak waar het overstek de rand toch aan het zicht onttrekt.
Wij denken op tekening met u mee, zonder dat daar kosten aan hangen, en controleren de vlakverdeling voordat de platen gewalst worden. Dat voorkomt niet alleen de rekenfout zelf, het voorkomt ook dat u pas op de bouw ontdekt dat de laatste baan niet past. Heeft u een tekening met een vlakverdeling die u wilt laten nazien, of wilt u eerst een monster van het materiaal in de hand hebben voordat u de maten definitief maakt? Stuur de tekening naar Klikzink, Boylestraat 22, 6718 XM Ede, of vraag naar de mogelijkheden voor een monster in een van de drie kleuren; wij rekenen de baanverdeling voor u door voordat er iets op maat gewalst wordt.