Klikzink
Een felsplaat wordt niet verkocht op de breedte die u met een rolmaat over de hele baan meet, maar op de breedte die na het felsen zichtbaar op het dak of de gevel blijft liggen. Bij onze platen is dat 475 mm. Dat getal staat op de paklijst, staat in de tekening en is het getal waarmee u rekent als u wilt weten hoeveel banen er op een dakvlak passen. Controleren of dat klopt kan op een paar momenten, en niet elk moment is even geschikt om nog iets te herstellen.
De plaat die van de wals komt is breder dan 475 mm. Aan beide zijden zit het materiaal dat nodig is om de fels van 35 mm haaks op te zetten: de rand wordt omgezet, in elkaar gehaakt met de buurbaan en dichtgeklikt. Dat opstaande deel telt niet mee in de zichtbare breedte, maar het is wel staal dat u besteld en betaald heeft. Wie de plaatbreedte gebruikt om uit te rekenen hoeveel banen er op een dakvlak passen, komt structureel te weinig banen uit, want de overlap in de fels wordt dan twee keer meegerekend. Reken dus altijd met de werkende breedte van 475 mm, niet met de breedte die u op een niet-gefelste plaat meet. Dat onderscheid, en de gevolgen ervan voor uw bestelling, werken we uitgebreider uit op de pagina over [de werkende breedte](/felsplaat/werkende-breedte).
Op de bouw is de eerste controle simpel: leg een rolmaat dwars over drie of vier naast elkaar liggende, gefelste banen en deel de gemeten afstand door het aantal banen. Komt u op 475 mm per baan, dan is de plaat zoals besteld en is de fels goed opgezet. Een kleine afwijking van een millimeter is normaal en heeft te maken met de manier van meten, niet met de plaat. Grotere afwijkingen, in de orde van enkele millimeters per baan, lopen op over de breedte van een dak en zijn de reden dat de laatste baan tegen een gootrand of hoekkeper net niet past. Dat is het moment waarop een controle loont: niet pas bij de laatste baan, maar al bij de tweede of derde, wanneer bijstellen nog zonder gevolgen kan.
Het beste moment om te controleren is dan ook vóór u verder gaat met de rest van het dakvlak, niet aan het einde. Een dakdekker die een schuine kilgoot heeft en de eerste vijf banen legt zonder de werkende breedte te checken, ontdekt bij baan zes dat er ergens een fractie is weggevallen, en moet dan alles terugrekenen om te zien waar het misging. Controleer daarom na de eerste paar banen, meet over meerdere banen tegelijk in plaats van over één baan, en vergelijk dat met het aantal banen keer 475 mm dat op de tekening staat. Klopt dat, dan kunt u met een gerust hart door naar de rest van het vlak.
Een tweede controlemoment is bij de levering zelf, nog voordat er iets gelegd is. Op de paklijst staat de bestelde lengte per baan op de millimeter nauwkeurig, en de werkende breedte van 475 mm staat er standaard bij. Leg bij ontvangst een paar platen naast elkaar op een rechte ondergrond en meet de totale breedte van bijvoorbeeld vijf platen naast elkaar, nog vóór het felsen. Dat geeft u een indruk van de plaatbreedte inclusief de opstaande delen, maar zegt nog niets over de uiteindelijke werkende breedte na het felsen: die ontstaat pas als de banen daadwerkelijk in elkaar gehaakt zijn. Wilt u zonder te felsen al zekerheid, dan is de paklijst en de tekening de betrouwbaarste bron, niet een rolmaat over losse platen.
Een afwijking in de werkende breedte werkt door in alles wat op maat is voorbereid: het aantal banen dat nodig is om een dakvlak te dekken, de positie van doorvoeren die precies tussen twee felsen moeten vallen, en de aansluiting op een bestaand bouwdeel. Bij een gevel met een raamkozijn dat exact tussen twee felslijnen moet vallen, telt elke millimeter afwijking mee, en bij twintig banen is dat al snel een paar centimeter verschil ten opzichte van de tekening. Dat is niet iets waar u als verwerker de oorzaak van bent; het is een kwestie van goed meten en op tijd bijsturen. Hoe de klem en de bevestiging onder de fels precies werken, en hoe die zich verhoudt tot de ondergrond, leggen we uit op klikzink.com; dat is een ander onderwerp dan de breedte van de plaat zelf.
Bij een gebogen of taps dakvlak, waar de banen niet allemaal even breed op de tekening staan, is controleren nog belangrijker. Daar wordt per baan een iets andere werkende breedte aangehouden dan de standaard 475 mm, en dan is het extra belangrijk om na elke paar banen te checken of de opgetelde breedte nog overeenkomt met de tekening. Een afwijking die op een recht dakvlak onopgemerkt blijft, valt bij een taps vlak direct op omdat de laatste baan dan zichtbaar smaller of breder wordt dan gepland.
Met de controle op de werkende breedte stelt u vast of de plaat is zoals bedoeld, en of de verwerking op de bouw dat resultaat ook oplevert. Het zegt niets over hoe het felsdak eruit ziet, over de kleur of de glans van het materiaal: dat behandelen we op zinklook.com. Het zegt ook niets over de vraag of de dakhelling en de opbouw onder de plaat geschikt zijn voor de toepassing, of over condensrisico's in de constructie; die technische randvoorwaarden staan uitgelegd op klikfels.com, bijvoorbeeld waar het gaat om de minimale dakhelling van zes graden waaronder onze felsplaten niet meer worden toegepast. En als er zonnepanelen op het felsdak komen, is de werkende breedte van belang voor de positionering van de klemmen die de panelen dragen, maar de uitleg daarover staat op solarfels.com.
Voor de meeste bouwplaatsen is de controle op de werkende breedte iets wat de dakdekker of aannemer zelf doet, met een rolmaat en de tekening in de hand. Bij complexere vlakken, met tapse banen of veel doorvoeren, kan het verstandig zijn om dit vooraf met ons af te stemmen: wij denken kosteloos mee op tekening en kunnen vooraf aangeven waar in het vlak een controle het meest kritisch is. Wie precies de verwerking op de bouw voor zijn rekening neemt en waar de verantwoordelijkheid voor het meten ligt, staat beschreven bij [wie de werkende breedte controleert](/felsplaat/werkende-breedte/wie-doet-het).
Heeft u een tekening met het aantal banen en de gewenste breedte per baan, controleer dan of daar consequent met 475 mm werkende breedte is gerekend en niet met de plaatbreedte inclusief de felsranden. Ligt de plaat al op de bouw, meet dan na de eerste paar banen over meerdere banen tegelijk, niet over één baan, en vergelijk dat met de tekening voordat u verder gaat. Twijfelt u over een vlak met afwijkende vormen of veel doorvoeren, neem dan contact met ons op via Boylestraat 22 in Ede: we rekenen de banen graag met u door voordat de eerste plaat gelegd wordt, en we kunnen u op verzoek monsters van het materiaal en de kleuren toesturen zodat u ook het gevoel van de plaat in handen heeft.