Klikzink

Werkende breedte felsplaat: transport en lossen

Wie een felsplaat bestelt, telt in vierkante meters, maar de plaat zelf komt in banen. En een baan heeft twee maten die niet gelijk zijn: de plaatbreedte en de werkende breedte. Dat verschil is geen detail voor de tekenaar, het is het getal waarmee u de hele bestelling doorrekent, en het is ook het getal dat bepaalt hoe die banen op de wagen liggen en hoe u ze straks van het transport tilt.

De plaat die wij walsen is breder dan wat u er straks van ziet liggen op het dak. Aan één kant zit de fels van 35 mm die haaks opstaat en straks in de klem van de buurbaan grijpt, aan de andere kant de sponning die daar overheen valt. Die twee randen kosten breedte. Wat overblijft en wat dus daadwerkelijk het dakvlak of de gevel bedekt, is de werkende breedte: 475 mm. Reken daarmee, niet met de breedte van het staal op de rol, anders klopt uw materiaallijst niet en bestelt u te weinig banen voor het vlak dat u wilt dekken.

Een voorbeeld uit de praktijk maakt dat concreet. Een dakvlak van 9,5 meter breed lijkt op het eerste gezicht misschien twintig banen te vragen als u afrondt op halve meters, maar met 475 mm werkende breedte per baan komt u op precies twintig banen van 475 mm, zonder rest. Verschuift de breedte van het vlak naar 9,6 meter, dan heeft u geen twintig hele banen meer nodig maar een overlap of een extra baan die u laat afkorten. Dat rekenwerk doet u vooraf, aan de hand van de werkende breedte, niet achteraf op de bouwplaats met een rest baan die net niet past.

Banen tot acht meter en de lange wagen

De lengte van een baan is aan u: wij korten af tot acht meter, op de millimeter. Dat is geen halve meter meer of minder, dat is de exacte maat van het dakvlak of de gevelstrook waarvoor de baan bedoeld is. Dat afkorten op maat verandert wel iets aan het transport. Een baan van twee meter gaat op iedere gewone vrachtwagen mee, een baan van zeven of acht meter vraagt een lange wagen, met een oplegger die de lengte kan dragen zonder dat de baan doorbuigt tussen de steunpunten.

Die lengte werkt ook door in het lossen. Een baan van acht meter is dun, 0,55 mm plaatdikte, en licht, ongeveer 5 kg per vierkante meter, maar die combinatie van dun en lang maakt hem juist kwetsbaar voor een verkeerde tilbeweging. Til zo'n baan aan één kant op zonder steun in het midden, en hij knikt op de plek waar hij het minst steun heeft. Dat knikpunt is niet meer recht te trekken, de baan is dan verloren voor de plek waarvoor hij was afgekort. Wij gaan daar in meer detail op in bij het tillen en dragen van de plaat, maar voor de bestelling zelf is het genoeg om te weten: hoe langer de baan, hoe meer het aankomt op wat er klaarstaat bij het lossen.

Wat er klaar moet staan om te lossen zonder te knikken

Het lossen van een lange baan vraagt steun over de hele lengte, niet aan de twee uiteinden. Op de bouwplaats betekent dat een set schragen of een rek dat op regelmatige afstand steunpunten biedt, zodat de baan niet doorbuigt onder zijn eigen gewicht tussen twee te ver uiteen liggende steunen. Voor een baan van vier meter is dat met twee man en een paar bokken te doen, voor een baan van acht meter wilt u minstens drie steunpunten en idealiter een kraan of een lange vorkheftruck die de hele lengte in één keer optilt.

Een tweede punt dat vaak vergeten wordt: de ruimte om de wagen heen. Een lange wagen met banen van acht meter heeft aan de zijkant ruimte nodig om de lading er zijwaarts af te schuiven of om een kraan te positioneren. Op een bouwplaats in een binnenstad, waar de wagen maar aan één kant van de straat kan staan en de andere kant vol staat met bouwhekken, is dat vaak het knelpunt, niet de plaat zelf. Wij denken daar op tekening in mee, zonder kosten, en geven aan welke baanlengte gezien de toegang tot uw locatie praktisch is om te lossen, ook als dat betekent dat acht meter op papier wel past maar op de bouwplaats niet handig lost.

De ondergrond waarop u de banen na het lossen tijdelijk neerlegt, telt ook mee. Leg ze op een schone, vlakke ondergrond, bij voorkeur nog op de pallet of op balken die de baan over de hele lengte steunen, en niet direct op grind of puin waar een scherpe rand de onderzijde kan beschadigen. Vuil dat aan een baan blijft plakken tijdens het wachten op montage is bovendien iets waar wij afzonderlijk op ingaan bij vuil en cementsluier, want dat is een ander probleem dan het knikken waar we het hier over hebben.

Om het transport en het lossen zelf, los van de werkende breedte, gaan wij dieper in op de pagina over [transport en lossen](/felsplaat/transport-en-lossen); die pagina behandelt de aanvoer in het algemeen, hier ging het specifiek om wat de werkende breedte daarin betekent.

De werkende breedte, het aantal banen en de baanlengte horen dus bij elkaar in dezelfde rekensom: 475 mm werkende breedte per baan, afgekort tot de lengte die uw vlak vraagt, tot acht meter op de millimeter. Wat u daarna nodig heeft om die banen ongeschonden van de wagen naar de bouwplaats te krijgen, hangt af van die lengte. Kort en licht is met twee man te doen, lang en licht vraagt steun over de volle lengte en ruimte om de wagen.

Wat u nu kunt doen

Bereken het aantal banen voor uw vlak op basis van de werkende breedte van 475 mm, niet op basis van de plaatbreedte, en geef bij de bestelling de exacte lengte per baan door zodat wij op de millimeter afkorten. Kijk vooraf naar de toegang tot uw bouwplaats: is er ruimte voor een lange wagen en voor een kraan of lange heftruck om banen tot acht meter in één beweging te lossen? Zet voor het tijdelijk opslaan van de banen steunpunten neer over de volle lengte, niet alleen aan de uiteinden. Twijfelt u over de haalbaarheid van een lange baan op uw locatie, stuur ons de tekening: wij kijken vrijblijvend mee naar wat praktisch is, en u ontvangt desgewenst een monster van elke kleur om de plaat zelf te zien voordat de wagen komt.

Terug naar het overzicht

KKlikzink
Pagina'sHomeKleur / CoatingProjectenDetailsTechnisch adviesBlog
Contact
Adres
© Klikzink