Klikzink
Een felsplaat is een stalen product en staal veert niet terug zoals de meeste mensen denken. Wie eenmaal een deuk in het vlakke deel van de baan heeft gezet, houdt die deuk. Er is geen hamer, geen warmte en geen trucje dat het vlak weer helemaal glad maakt. Dat maakt vervorming een ander soort probleem dan een kras of een vlek: dit is de fout die u niet meer kunt herstellen, en dus de fout die u wilt voorkomen voordat hij ontstaat. Deze pagina gaat over die twee momenten waarop het risico het grootst is: het transport naar de bouwplaats en het lossen daar, en het lopen over de platen zodra ze liggen.
De plaat is 0,55 mm dik verzinkt staal met een organische coating erover. Dat is dun genoeg om koud te vouwen tot -15 graden, zoals wij beschrijven op de pagina over transport en lossen, maar diezelfde dunheid maakt het vlak gevoelig voor puntbelasting. Een fels van 35 mm aan weerszijden geeft de baan overlangs stijfheid, en een verstijvingsril of micro-lines in het vlak helpen daar ook aan mee. Maar tussen die verstijvingen blijft een vlak stuk plaat dat onder gewicht op een klein oppervlak plastisch vervormt: het staal geeft blijvend mee in plaats van terug te veren. Een knie op de plaat, een gereedschapskist die erop valt, een pallet die er scheef op wordt neergezet: het resultaat is in alle gevallen hetzelfde soort deuk, en die deuk is precies zo blijvend als een verkeerde vouw. Dat is ook de reden dat wij aparte pagina's hebben over hoe u de plaat wel mag [tillen en dragen](/felsplaat/transport-en-lossen/tillen) en over het risico van [krassen en beschadigingen](/felsplaat/transport-en-lossen/krassen): dat zijn verwante risico's, maar dit gaat specifiek over vorm, niet over oppervlak.
Banen tot acht meter lengte gaan op een lange wagen naar de bouwplaats. Bij die lengte draagt de plaat zichzelf niet zonder ondersteuning: hij moet over de volle lengte op onderlegger liggen, niet alleen aan de twee uiteinden. Ligt een bundel banen van zes of acht meter maar op twee steunpunten, dan buigt het midden onder het eigen gewicht en onder het gewicht van de banen die erboven liggen. Bij zink is die uitzetting en dat eigen gewicht een ander verhaal; deze plaat zet ongeveer half zoveel uit als zink, en weegt ongeveer 5 kg per m², maar dat scheelt niets aan de noodzaak om de volle lengte te ondersteunen tijdens het transport. Wij pakken de banen daarom gebundeld en met tussenlagen, zodat het gewicht gelijk verdeeld wordt en de bundel niet doorbuigt op de wagen. Wat er verder gebeurt met de folie die om die bundel zit, en waarom die er niet te vroeg af moet, leest u op de pagina over de [beschermfolie](/felsplaat/transport-en-lossen/beschermfolie).
De meeste vervorming die wij zien, ontstaat niet tijdens het rijden maar bij het lossen. Een bundel felsbanen van zes meter is star in de lengte maar kwetsbaar in het vlak, en het moment waarop hij van de wagen af moet, is het moment waarop dat vlak het meest onbeschermd is. Op de bouwplaats moet daarom klaarstaan wat nodig is om de bundel over de volle lengte te ondersteunen zodra hij de wagen verlaat: voldoende steunpunten op gelijke hoogte, op regelmatige afstand over de lengte van de langste baan. Ontbreekt dat, dan hangt de bundel tijdens het lossen op twee punten in plaats van op tien, en buigt hij door op de plek waar hij niet ondersteund wordt. Bij een baan van acht meter is dat verschil niet subtiel: het midden zakt zichtbaar en zichtbaar is dan vaak ook blijvend.
Een kraan of heftruck met een lange vork verdeelt het gewicht beter dan handmatig lossen met twee man aan de uiteinden, zeker bij de langere maten. Is er geen kraan beschikbaar, dan moet er op de grond een rij steunpunten liggen, bijvoorbeeld balken op gelijke hoogte over de hele lengte, zodat de bundel er in één beweging op gelegd kan worden zonder dat hij eerst doorzakt en dan pas neerkomt. Dat doorzakken, al is het maar voor een paar seconden, is precies het moment waarop het staal blijvend vervormt.
Het tweede moment van risico is het leggen zelf. Zodra de banen liggen, moet er over het dak of de gevel gelopen worden om ze aan te sluiten, vast te zetten en de volgende baan te positioneren. Hier geldt een simpele regel: loop op de fels, niet op het vlakke deel ertussen. De opstaande fels van 35 mm is het stijfste deel van de baan en verdraagt gewicht zonder te vervormen. Het vlakke deel, zeker als het de gladde uitvoering is zonder ril, veert niet mee onder een schoenzool en een knie of een voet op die plek laat een afdruk achter die er niet meer uit gaat.
Een loopplank scheelt hier het verschil tussen een dag zonder problemen en een dag met een baan die afgekeurd moet worden. Leg een plank dwars over twee of drie felzen, zodat het gewicht verdeeld wordt over de stijve delen van de plaat en niet op één punt in het vlak terechtkomt. Dat is vooral van belang bij de uitvoering zonder verstijvingsril: die heeft het grootste vlakke oppervlak en dus het minste natuurlijke weerstand tegen een deuk. Bij de uitvoering met micro-lines of met ril is er iets meer marge, maar geen van beide maakt de plaat ongevoelig voor puntbelasting. Gereedschap, klemmen en bevestigingsmateriaal horen om dezelfde reden niet los op het vlak te liggen: een vallende schroevendraaier of een neergezette accuboor doet in een paar seconden wat een dag werk ongedaan maakt.
Een lichte deuk in het vlak, klein en ondiep, is in de praktijk vaak esthetisch bezwaar zonder dat de waterdichtheid in gevaar komt, zeker op een deel van het dak dat niet in het zicht ligt. Een scherpe of diepe deuk is een ander verhaal: die kan de coating beschadigen op de plek waar het staal het meest gerekt is, en dat is een zwakke plek voor corrosie op de langere termijn. Twijfel bij een deuk dus niet aan wat er esthetisch bij hoort, maar aan wat de coating heeft moeten verduren op het diepste punt. Is de plaat op die plek beschadigd tot op het zink, dan is vervanging van die baan de enige zekere oplossing. Een deuk verplaatsen of gladtrekken met een tang maakt het meestal erger, niet beter, omdat het staal op de rand van de deuk dan verder vervormt.
Zorg dat de bouwplaats klaarstaat voordat de wagen arriveert: voldoende steunpunten op gelijke hoogte over de volle lengte van de langste bestelde baan, en bij voorkeur een kraan of heftruck voor het lossen van de langere maten. Instrueer het team dat op het dak of de gevel werkt om alleen op de fels te lopen en standaard een loopplank te gebruiken op het vlakke deel. Heeft u vragen over de juiste maat voor uw project of wilt u meedenken op tekening, dat kost niets bij Klikzink, Boylestraat 22 in Ede. Voor de bevestiging en de volgorde van werken op de bouw verwijzen wij u naar klikzink.com.