Klikzink
Een felsplaat is stug in de fels en gevoelig in het vlak. De hoge, haaks opstaande fels van 35 mm is de sterke kant van de baan: daar kan gewicht op, daar buigt niets. Het platte deel ertussen is dunner staal, 0,55 mm, en dat vlak is precies waar een verdwaalde knie, een gereedschapskist of een verkeerd geplaatste voet een deuk achterlaat die er niet meer uitgaat. Geen hamer, geen warmte, geen goede wil brengt het vlak terug in zijn oorspronkelijke stand. Wat er staat, staat er. Daarom is het geen overbodige voorzichtigheid maar gewoon rekenwerk: waar loopt u, en hoeveel banen legt u er eigenlijk naast elkaar om dat probleem klein te houden.
Waar u wel mag staan, is op de fels zelf en zo dicht mogelijk daarbij, bij voorkeur over de gording of de bevestiging onder de plaat, waar de plaat wordt gedragen door de constructie erachter. Wij verzinnen dat niet zelf: de klemmen en de ondergrond bepalen mee waar een baan steun heeft, en daarover leest u verder op klikzink.com. Voor de plaat zelf geldt: hoe verder u van die steun af komt, hoe meer het vlak doorbuigt onder uw gewicht, en hoe eerder een lichte belasting een blijvende deuk wordt in plaats van een tijdelijke doorbuiging.
Een loopplank is daarom niet iets voor de sier. Een plank van voldoende lengte verdeelt uw gewicht over meerdere fels-steunpunten in plaats van over één plek in het vlak, en dat scheelt het verschil tussen een dag zonder schade en een dag waarop u aan het einde de platen in het zonlicht bekijkt en ineens allerlei kleine deuken ziet die u tijdens het werk niet had opgemerkt. Vooral bij lage lichtinval, aan het einde van de middag, komt vervorming in het vlak pas goed naar voren: het schuine licht tekent iedere onvlakheid uit die bij fel daglicht onopvallend bleef.
Dit speelt sterker naarmate de baan breder is, en dat is precies waar het aantal banen om de hoek komt. Onze felsplaat heeft een werkende breedte van 475 mm. Om te weten hoeveel banen een dakvlak of gevelvlak nodig heeft, deelt u de breedte van dat vlak door 475. Komt daar een rond getal uit, dan past het vlak precies vol met banen van gelijke breedte. Blijft er een rest over, dan is dat de maat van de baan die u ergens moet bijpassen: smaller dan de standaardbreedte, en dus met een ander gedrag onder de voet dan zijn buren.
Een smallere baan is namelijk stugger over de volle breedte, simpelweg omdat er minder vlak overblijft tussen de twee felsen. Een baan van 475 mm heeft een breed middenstuk dat kan doorbuigen; een restbaan van 180 mm heeft dat veel minder. Dat is meestal een voordeel: hoe smaller de restbaan, hoe kleiner het risico dat er per ongeluk een deuk in komt. Maar het betekent ook dat u bij het verdelen van het looppad rekening houdt met waar die smalste, stugste baan ligt, en waar juist de volle, kwetsbaarste banen liggen. Op een gevel van 2850 mm breed geeft 2850 gedeeld door 475 precies zes volle banen, zonder rest, en dus zes gelijke, even kwetsbare vlakken naast elkaar; op een dak van 3000 mm breed geeft die deling zes volle banen met 150 mm over, en die 150 mm doet u het beste aan de kant waar hij het minst opvalt en het minst belopen wordt, bijvoorbeeld tegen een schoorsteen of een kilgoot aan.
Waar die rest precies komt, is dus niet alleen een kwestie van aanzien maar ook van loopgedrag op de bouw. Een restbaan aan de rand, tegen een opstand of een dakrand, ligt vaak buiten het gangbare looppad, terwijl een restbaan in het midden van een dakvlak precies daar ligt waar aannemers voortdurend heen en weer lopen tussen de ene kant van het werk en de andere. Wij raden aan die keus te maken vóórdat de eerste baan gelegd wordt, niet achteraf, want een eenmaal gelegde volgorde is niet zomaar om te draaien zonder platen te verwisselen die net op maat zijn afgekort. Hoe u die maatvoering precies uitrekent voor een heel vlak, inclusief het omgaan met overstekken en aansluitingen, leest u in detail zoals wij uitleggen bij [het aantal banen berekenen](/felsplaat/aantal-banen-berekenen).
Op de bouw zelf verandert er in de praktijk weinig aan dit verhaal zodra de temperatuur daalt of stijgt: staal blijft staal, en de gevoeligheid voor deuken in het vlak zit in de plaatdikte, niet in het weer. Bij vorst is de plaat wel kouder en dus net iets minder soepel als u erop moet lopen om een aansluiting te maken, en de combinatie van een gladde, koude plaat met een onhandige stap vergroot het risico op wegglijden eerder dan op een deuk. Wat vorst voor het lopen op de plaat betekent, staat uitgewerkt bij het werken bij vorst; dat is een ander aandachtspunt dan de vervorming waar deze pagina over gaat, maar het speelt vaak op dezelfde dag.
De volgorde waarin banen gelegd worden, heeft ook een praktisch effect op hoeveel er nog belopen moet worden ná het leggen. Wie van de ene kant van het dak naar de andere werkt, loopt onvermijdelijk over de banen die al liggen om bij de volgende aan te komen. Dat is precies waarom het zin heeft om de restbaan, met zijn andere stugheid, bewust aan de kant te leggen waar het meeste eindverkeer overheen gaat, in plaats van hem toevallig te laten vallen op de plek waarnaar u iedere ochtend het gereedschap versjouwt.
Een deuk voorkomen is dus een kwestie van drie dingen samen: weten waar de steun onder de plaat zit, weten hoe de rest van de deling uw looppad indeelt, en het gebruik van een loopplank zodra u ergens langer moet staan dan een paar stappen. Op een plat vlak van vier meter breed, met acht volle banen en een restbaan van 100 mm, is de meest kwetsbare plek niet de restbaan maar juist de brede baan ernaast: die 100 mm stugge strook is bijna nooit de plek waar de deuk ontstaat, de bredere buurbanen wel.
Wat u met de plaat verder mag doen op de bouw, zoals afkorten, zagen of vouwen, verandert dit verhaal niet: die bewerkingen laten de gevoeligheid van het vlak intact en soms vergroten ze die zelfs, omdat een net afgekorte rand tijdelijk minder steun heeft dan een rand die al in de fels van de buurbaan ligt. Voor die aparte stappen in de verwerking verwijzen wij naar de eigen pagina's daarover, telkens in het licht van het aantal banen berekenen.
Wilt u nu voor uw eigen dak of gevel uitrekenen hoeveel banen u nodig heeft en waar de rest het beste past, reken de breedte van het vlak dan door 475 en leg de restbaan aan de kant met het minste voetverkeer. Heeft u twijfel over een lastige maatvoering of een ongewone vlakverdeling, dan denken wij op tekening met u mee, zonder kosten, en kunt u tegelijk om een monster van de plaat vragen om de dikte en de stugheid zelf te voelen voordat de bestelling de deur uitgaat.