Klikzink
Onze felsbanen worden gewalst uit staal van 0,55 mm dik. Dat cijfer staat niet toevallig op de tekening: het is de dikte waarbij een baan van 475 mm werkende breedte stijf genoeg blijft om vlak te liggen, zonder dat de plaat onnodig zwaar wordt om te tillen en te leggen. Op deze pagina laten we zien wat die dikte betekent voor drie dingen waar u op de bouw mee te maken krijgt: de stijfheid van het vlak, het gewicht per vierkante meter en wat de plaat verdraagt als er iets tegenaan komt.
Een stalen plaat van 0,55 mm is op zichzelf niet bijzonder stijf. De stijfheid van een felsdak komt vooral uit de vorm: de opstaande fels van 35 mm werkt als een liggende rib over de volle lengte van de baan, en die rib maakt van een dunne plaat een profiel dat een spanwijdte tussen de klemmen kan overbruggen zonder door te veren. Bij een vlakke uitvoering zonder ril merkt u dat het meest: op een groot ongebroken vlak kan de plaat bij bepaalde lichtinval een lichte welving laten zien, wat geen gebrek is maar de aard van dun plaatmateriaal. Wie dat wil vermijden, kiest voor de uitvoering met verstijvingsril of met micro-lines: die breken het vlak optisch op en verminderen de zichtbaarheid van kleine golvingen. Dat is een keuze over het aanzien van het dak, en die keuze werken wij niet hier uit maar op zinklook.com.
Bij 0,55 mm staal met een verzinklaag en coating komt u op ongeveer 5 kg per vierkante meter. Voor een baan van 6 meter lang en 475 mm breed is dat ruim 14 kg per baan, een gewicht dat één persoon over een dak kan verplaatsen zonder hulpmiddelen. Dat is een praktisch verschil met zetwerk in zwaardere pakketdiktes: twee dakdekkers kunnen een dagproductie aan felsbanen dragen en positioneren zonder hijsmiddel, wat op een steile kap of een gevel met beperkte toegang vaak de doorslag geeft. Bij een pand waar de kraan al voor iets anders stond, is dat gewicht meteen te merken in de planning: de banen gaan met de hand naar boven, de kraan blijft voor het zwaardere werk.
Dat lage gewicht werkt ook door in de belasting van de onderconstructie. Op een bestaand dak waar de gordingen of panlatten al jaren meegaan, telt elke kilo die u toevoegt. Vijf kilo per vierkante meter is aanzienlijk lichter dan de meeste keramische of betonnen dekkingen, en dat scheelt in de berekening die de constructeur maakt bij renovatie. Hoe die belasting samen met de dakhelling en de opbouw onder de plaat wordt beoordeeld, staat niet hier maar bij klikfels.com; wij houden het op het gewicht van de plaat zelf.
0,55 mm is dik genoeg om een montagegang met normaal gereedschap te doorstaan, maar het blijft plaatstaal en geen constructieprofiel. Een voetstap midden op het vlak, buiten de fels, laat een lichte indruk achter als het gewicht geconcentreerd op een klein oppervlak komt, bijvoorbeeld door een scherpe schoenzool of een neergezet gereedschapskistje. Op de fels zelf en direct ernaast is de plaat door de vorm veel weerbarstiger: daar loopt u zonder probleem, omdat de kracht wordt opgevangen door de opstaande rand in plaats van door het vlakke deel. Op een dakrenovatie waar de banen al lagen voordat de laatste dakramen geplaatst werden, zagen we dat de looproutes die de ploeg had aangehouden vlak langs de felsen liepen, en dat het middenvlak daar nog vlekkeloos bij lag.
Een tweede bron van deuken is vallend gereedschap of materiaal: een hamer die uit een hand glipt, een steen die van het dak boven afrolt. Bij 0,55 mm ontstaat daarvan een zichtbare deuk als het gewicht en de val hoog genoeg zijn, terwijl bij een dikkere plaat dezelfde val misschien geen spoor achterlaat. Dat is de keerzijde van het lage gewicht: minder massa in de plaat betekent ook minder massa om een klap te absorberen. Op de bouw betekent dit vooral dat u het dak, zodra de banen liggen, behandelt als afgewerkt oppervlak en niet als opslagvlak voor overig materiaal.
De keerzijde van dun materiaal is dus niet dat het breekt of scheurt, maar dat het een deuk minder makkelijk uitvlakt dan een dikkere plaat. Een lichte deuk in het vlak blijft zichtbaar, ook nadat het dak verder is afgewerkt, omdat de coating meebuigt met het staal en het licht anders weerkaatst op de plek van de indruk. Dat is dan ook de reden dat wij op de bouw altijd aanraden om de laatste banen pas te leggen nadat het overige werk op het dak, zoals dakramen, doorvoeren en de aansluiting op de nok, is afgerond. Hoe die aansluiting op de nok in de juiste volgorde wordt meegenomen, leggen we uit bij de aansluiting op de nok; daar staat ook aan welke kant u de laatste banen het beste kunt reserveren om beschadiging tijdens de rest van het werk te voorkomen.
De felsbanen zijn koud vouwbaar tot -15 graden, en die eigenschap hangt rechtstreeks samen met de plaatdikte. Bij 0,55 mm blijft het materiaal bij lage temperaturen soepel genoeg om met een handmachine of felstang de rand op te zetten zonder dat het staal scheurt of verkleurt op de vouw. Dikker materiaal wordt bij vorst eerder stroef in de vouw, en dat is een van de redenen waarom wij bij deze dikte blijven: het is een dikte waarbij winterwerk mogelijk blijft zonder aparte voorbewerking. Voor de vraag welke klem en welk bevestigingssysteem daarbij past, verwijzen we naar klikzink.com; die volgorde en de keuze van het bevestigingsmateriaal staan los van de plaatdikte zelf.
Houd bij het inplannen van de laatste werkzaamheden op het dak rekening met het feit dat het vlak van de plaat gevoelig blijft voor puntbelasting, en plan looproutes zoveel mogelijk over de felsen. Denk bij de keuze tussen vlak, ril of micro-lines niet alleen aan het aanzien maar ook aan hoe zichtbaar een eventuele lichte welving wordt, en bekijk daarvoor de voorbeelden op zinklook.com. Wilt u een maatvoering op tekening laten meedenken die rekening houdt met het gewicht op de bestaande constructie, dan kunt u contact opnemen met Klikzink aan de Boylestraat 22 in Ede; dat meedenken kost niets en we kunnen u desgewenst monsters van het materiaal meegeven om de dikte en het gewicht zelf te voelen voordat u bestelt.