Klikzink
Wie overweegt een dak met felsplaten te laten leggen, vraagt vaak naar geluid bij regen. Metaal op het dak heeft een naam als het gaat om herrie tijdens een bui, en die vraag is terecht. De vraag hoe je bij felsplaten dak geluid bij regen voorkomen kunt, heeft geen simpel antwoord met één maatregel, maar wel een paar factoren die samen bepalen hoeveel u er straks van hoort.
Regengeluid op een felsdak ontstaat niet doordat het materiaal zink of aluminium is op zich, maar doordat de plaat als een klein trommelvlies werkt. Elke regendruppel die de plaat raakt, zet die plaat in trilling, en die trilling verspreidt zich door het dak naar de ruimte eronder. Hoe minder de plaat gedempt wordt, hoe hoorbaarder dat wordt. Drie dingen spelen daarbij een rol: de manier waarop de plaat ondersteund is, de dikte van het materiaal, en wat er onder de plaat zit.
Een felsplaat die volledig op een houten beschot ligt, geeft veel minder resonantie dan een plaat die alleen op panlatten rust met lucht ertussen. Dat beschot vangt de trilling grotendeels op voordat die als geluid de ruimte eronder bereikt. Dit is dan ook de eerste vraag die wij stellen als iemand zich zorgen maakt over geluid: hoe wordt de plaat ondersteund, en is er ruimte om dat aan te passen.
De tweede factor is wat er tussen de plaat en de binnenruimte zit. Een dak met goede isolatie en een dichte onderconstructie dempt het geluid van regen vanzelf al voor een groot deel, om dezelfde reden dat een geïsoleerde muur geluid van buiten beter buitenhoudt dan een dunne wand. Bij een geïsoleerd dak met felsplaten is regengeluid meestal aanzienlijk minder een probleem dan bij een niet-geïsoleerde schuur of berging met een dunne plaat direct op de spanten. Wilt u weten waar die isolatie in een felsdak precies zit en hoe die opbouw eruitziet, dat leggen we uit in een ander artikel op deze site.
Ook een akoestische onderlaag, een dunne demprende laag die tussen het beschot en de felsplaat wordt aangebracht, kan helpen. Dat is geen wondermiddel, maar het neemt een deel van de trilling weg voordat die zich door de constructie verspreidt. Bij nieuwbouw is dit relatief eenvoudig mee te nemen in het ontwerp. Bij een bestaand dak dat vervangen wordt, is het vaak ook nog goed toe te passen, omdat de onderconstructie dan toch al bloot komt te liggen.
De dikte van de felsplaat zelf speelt een kleinere rol dan mensen vaak denken. Een dikkere plaat trilt iets minder snel, maar het verschil met de onderconstructie en de isolatie is doorgaans groter dan het verschil tussen twee plaatdiktes. Wie vooral op geluid stuurt, kan zijn geld beter besteden aan een goede opbouw onder de plaat dan aan een dikkere plaat alleen.
Het is goed om hier ook eerlijk over te zijn: een felsdak dat bij een flinke regenbui volledig onhoorbaar is, bestaat niet. Zelfs met volle ondersteuning, isolatie en een akoestische onderlaag hoort u bij zware regen nog iets, vooral in een ruimte die er direct onder ligt, zoals een zolderkamer zonder plafond. Wat wel realistisch is, is dat het geluid van een duidelijk hoorbare trommeling teruggebracht wordt naar een achtergrondgeruis dat de meeste mensen niet als hinderlijk ervaren. Bij een garage, schuur of loods waar niemand langdurig verblijft, is dat verschil vaak minder relevant, en is investeren in extra demping niet altijd de moeite waard.
Overweegt u een felsdak, dan is het verstandig om bij de opname van uw dak dit punt gewoon te benoemen: welke ruimte ligt eronder, wordt die intensief gebruikt, en is er al isolatie of beschot aanwezig. Aan de hand daarvan kunt u samen met de dakdekker bepalen of extra demping de moeite waard is, en waar in de opbouw die het meeste verschil maakt.