Klikzink
Wie op zoek is naar felsplaat dak zelf monteren stappenplan, wil vooral weten in welke volgorde de werkzaamheden gaan en waar de valkuilen zitten. Dat stappenplan is op hoofdlijnen hetzelfde voor zink en aluminium, maar de uitvoering vraagt precisie die niet iedereen gewend is.
De eerste stap is het opmeten van het dakvlak, inclusief alle hoeken, kilgoten en aansluitingen op schoorstenen of dakramen. Op basis daarvan bepaalt u de breedte van de banen en de plaats van de felsnaden. Een dakvlak is zelden helemaal haaks, dus meet op meerdere punten en reken met de kortste maat als u platen laat voorzagen.
Daarna volgt de onderconstructie. Op een houten dak controleert u of de beschieting vlak ligt en of er voldoende ventilatie onder het dakbeschot is. Oneffenheden in de ondergrond zijn na montage terug te zien in de plaat, zeker bij een lichte dikte. Pas als de ondergrond goed is, bevestigt u de klemhaken of banden op de afgesproken afstand. Die afstand hangt af van de plaatdikte en de windbelasting op de locatie, en verschilt dus per situatie.
De platen zelf worden vanaf de laagste kant naar boven gelegd, met voldoende overlap bij de dwarsnaden. Elke baan wordt aan de haken vastgezet zonder de plaat strak te trekken, want zink en aluminium werken met temperatuur en hebben ruimte nodig om uit te zetten. Pas daarna sluit u de langsnaden met een felsmachine of handhaspel. Dit is het onderdeel waar de meeste zelfbouwers op vastlopen: een fels die niet overal even strak zit, geeft op termijn een lek op precies die plek.
Aansluitingen zijn het kwetsbaarste onderdeel van elk felsdak. Rond een schoorsteen, dakraam of overgang naar de gevel moet de plaat worden ingekort, omgezet en soms gesoldeerd of gelast, afhankelijk van het materiaal. Dat vraagt ander gereedschap en een andere techniek dan het leggen van de rechte banen. Wie hier voor het eerst mee werkt, onderschat vaak hoeveel tijd deze details kosten in verhouding tot het vlakke deel van het dak.
Ook dilatatie is een punt waar het zelf monteren vaak misgaat. Een felsdak van enige lengte heeft ruimte nodig om te kunnen bewegen bij temperatuurwisselingen. Ontbreekt die ruimte, dan ontstaat spanning op de felsnaden of op de bevestiging, met vervorming of scheurvorming tot gevolg. Dat is geen kwestie van onhandigheid, maar van kennis die je pas opbouwt na een paar daken.
Of zelf monteren verstandig is, hangt dus niet alleen af van handigheid met gereedschap, maar vooral van ervaring met de details: de felsverbinding, de aansluitingen en de dilatatie. Op een klein, eenvoudig dakvlak zonder lastige hoeken is het voor een ervaren klusser te doen, mits met de juiste machine wordt gewerkt. Op een dak met meerdere hoeken, doorvoeren of een flauwe helling is de kans op een onzichtbare fout groter, en die fout wordt vaak pas jaren later zichtbaar als een lek.
Als u overweegt het zelf te doen, is het verstandig om eerst het dakvlak goed op te meten en de lastige punten in kaart te brengen voordat u materiaal bestelt. Twijfelt u over de haalbaarheid van een onderdeel, bijvoorbeeld een aansluiting of een lange baan zonder onderbreking, dan kunt u dat vooraf laten beoordelen. Dat voorkomt dat u halverwege het werk vastloopt op een onderdeel waar geen eenvoudige oplossing meer voor is.